|
| Voorbeeld: |
Achtergrondinformatie van het kerstproject 'Als vele kleine mensen' voor groep 7 en 8 |
|
| Achtergrondinformatie 4 |
P. Brekelmans: Kiezen voor herders of koningen |
Bijbelse berichten over de geboorte van Jezus
Wie in de bijbel op zoek gaat naar eenduidige berichtgeving over de geboorte van Jezus, zal ontdekken dat deze in de evangelieverhalen niet te vinden is. Marcus rept er met geen woord over en laat zijn verhaal meteen beginnen bij de doop in de Jordaan. En ook bij Johannes is niets te vinden over Jezus' geboorte. Alleen Lucas en Matheus schrijven - ieder op hun eigen manier - een geboorteverhaal. Een verhaal waarin een spanning wordt opgeroepen tussen herders en koningen, tussen dienen en macht hebben, tussen romantiek en werkelijkheid. Wie (met kinderen) kritisch durft te kijken naar de eigen kerstpraktijk, komt onvermijdelijk voor een keuze te staan.
Sinterklaas heeft nauwelijks zijn hielen gelicht en de pepernoten zijn amper bij elkaar geveegd, of de conciërge sleept alweer met kerstbomen door de gangen. Het jaarlijkse ritueel van de viering van Kerstmis op school is weer begonnen. In elke klas een boom (de mooiste in de aula), kerstversiering en stalletje uit het stof. De klas wordt gezellig versierd. Elk jaar is het weer spannend of de lampjes het nog wel zullen doen. Het feest van het licht zonder elektrisch licht is tenslotte ondenkbaar... Maar er is nog zoveel meer ondenkbaar in de donkere dagen voor Kerstmis. 's Morgens in het schemer met z'n allen in de kring, kaarsje aan, tijd voor een verhaal en aandacht voor elkaar. Niet te lang, want rekenen en taal wachten. Menig leerkracht vindt dit de fijnste tijd van het jaar, met als hoogtepunt een sfeervolle kerstviering, liefst met een gezamenlijk etentje.
'Gewoon' anders
Jaren geleden - ik was toen pas districtscatecheet - werd ik door een aantal scholen ingeschakeld bij de invulling van het catecheseprogramma tussen sinterklaas en kerst. Veel scholen deden al jaren lang hetzelfde en wilden graag een andere aanpak. Geïnspireerd door artikelen met titels als 'Wordt u ook zo kribbig van de
kitsch' en 'Zonder franje', probeerde ik leerkrachten op een nieuwe manier naar de viering van het kerstfeest te laten kijken. In het begin was ik daarin niet erg succesvol. Sommige leerkrachten waren bang dat ik hen het 'romantische' kerstgevoel probeerde af te nemen. Pas later realiseerde ik me dat dit kwam door een verkeerde interpretatie van de vraag om een 'andere aanpak'. Het andere hield voor mij in dat er op een werkelijk andere manier naar het wezenlijke van het kerstfeest gekeken moest worden, om tot een andere manier van vieren te komen. De argeloze teamleden rekenden echter op 'andere' liedjes, 'andere' verhalen, een 'andere' viering. Maar 'anders' moest dan wel worden opgevat als meer van hetzelfde.
Romantiek verstoord
Jaren later (ik ben nu geen districtscatecheet meer) en terugkijkend op die periode, is er toch het een en ander in gang gezet waardoor leerkrachten op een nieuwe manier tegen kerst aankijken.
Ik herinner me nog goed een teamvergadering op een school die in het teken stond van Kerstmis. De leerkrachten hadden met elkaar eigenlijk nog nooit inhoudelijk over Kerstmis gesproken en de directeur vond het goed dat dit maar eens zou gebeuren. Ik begon die vergadering met de vraag wie het aandurfde om het verhaal van Jezus' geboorte te vertellen. Een leerkracht wilde dat wel. Hij vertelde het - bekende - verhaal. Aanvankelijk was er nog enige twijfel waar te beginnen.
Maar eenmaal op dreef, kwamen alle bekende scènes voorbij: de aankondiging van de engel Gabriel aan Maria, de twijfel van Jozef, de aankondiging van de volkstelling die keizer Augustus wilde houden, het vertrek van Maria en Jozef naar Bethlehem, de aankomst in de drukke stad waar geen herberg beschikbaar was, de geboorte van Jezus in de stal, de herders op het veld die engelen hoorden zingen en hun tocht naar de kribbe.
Ondertussen blijken er in het oosten drie koningen een ster gezien te hebben en zijn op reis naar Bethlehem. Aangekomen bij Herodes worden ze verder gestuurd en komen ze ook op kraamvisite. Of de herders er dan nog zijn, is even niet duidelijk. De koningen vertrekken weer en - gewaarschuwd in een droom - keren ze niet meer naar Herodes terug
« Het gruwelijke verhaal van Herodes' kindermoord en de vlucht
naar Egypte verstoren de romantiek van het kerstverhaal »
Hier houdt het verhaal op. De leerkracht vertelt althans niet meer verder Want dat gebeuren met die kindermoord is maar een gruwelijk verhaal en verstoort de romantiek van het kerstverhaal... Deze enthousiaste leerkracht was zich niet bewust dat hij twee heel verschillende geboorteverhalen tot één geheel gesmeed had en dat hij door het weglaten van de kindermoord en de vlucht naar Egypte ook nog eens de angel uit de versie van Matteüs had gehaald.
Uiteenlopende verhalen
Over de geboorte van Jezus is maar heel weinig bekend. Je kunt gerust zeggen dat er eigenlijk niets bekend is over zijn geboorte. De eerste evangelist die een levensverhaal van Jezus schreef, Marcus, rept zelfs met geen woord over zijn geboorte. Marcus begint zijn evangelie met de doop van Jezus door Johannes. Marcus vindt het kennelijk overtuigend genoeg om Jezus' leven te laten beginnen met een doortocht door het water van de Jordaan als begin van de verkondiging van zijn bevrijdende boodschap. De laatste evangelist die zijn visie geeft op het leven van Jezus is Johannes. Ook bij hem vinden we geen geboorteverhaal, maar een filosofische beschrijving van het Woord dat aan het begin van alles staat. Dat Woord is vlees geworden en heeft zijn licht in de duisternis laten schijnen.
Alleen Lucas en Matteüs hebben dus belangstelling voor de geboorte van Jezus. Hoe zit dat nu?
Een traditionele opvatting is dat Marcus een samenvatting maakte van het Lucas-evangelie en dat hij in die samenvatting een geboorteverhaal niet nodig vond. Johannes was de laatste evangelist en zou een geboorteverhaal niet nodig gevonden hebben omdat de andere evangelisten dat al geschreven zouden hebben. Deze opvatting heeft weinig grond en verklaart ook niet waarom Lucas en Matteüs een zo totaal verschillende versie van het geboorteverhaal van Jezus hebben. Om nog even terug te keren naar de leerkracht die het geboorteverhaal vertelde: hij begon met de versie van Lucas. Op het moment dat de herders bij het pasgeboren kind op bezoek zijn, stopt Lucas zijn verhaal. Matteüs vertelt niets over herders, niets over een stal en bij hem ook geen engelenkoor. Bij Matteüs vinden we alleen de wijzen uit het oosten, Herodes en de engel die in een droom Jozef waarschuwt naar Egypte te vluchten.
Ik herinner me nog goed hoe een vertwijfelde leerkracht - die zijn romantisch beeld omver zag vallen - vroeg hoe het dan wél in elkaar zat.
Evangelisten: geen journalisten
Wij mensen van deze eeuw hebben de neiging om precies te willen weten hoe iets in elkaar zit. Het liefst hadden we het relaas gelezen van een journalist die zo'n tweeduizend jaar geleden Maria en Jozef op de voet had gevolgd en een feitelijk verslag had geschreven hoe het nou allemaal écht was gebeurd. Maar journalistiek is een vak en evangelist zijn ook. Alleen zijn beide disciplines niet met elkaar te vergelijken. In de journalistiek gaat het om feitelijkheden, het registreren van gegevens, het leggen van logische verbindingen en het trekken van overtuigende conclusies. Het enige wat overeenkomt met het werk van een evangelist is dat die ook overtuigend te werk moet gaan. Maar die overtuiging ligt wel op een ander terrein.
« De evangelies zijn geen verhalen over feiten, maar staan vol met
beelden om duidelijk te maken wie Jezus was »
De evangelisten wilden aan hun publiek vertellen over het levenswerk van Jezus van Nazareth. De evangelies hadden tot doel te vertellen wie Jezus was, wat hij voor mensen betekende en hoe door Hem het Rijk Gods zich kon realiseren. Om hiertoe te overtuigen hebben de evangelisten hun verhalen opgeschreven. Geen feitelijke verhalen, maar verhalen vol met beelden en beeldspraken om maar duidelijk te maken wie die Jezus was en wat Hij voor mensen deed. De evangelisten hebben die verhalen niet bedacht, maar het waren verzamelingen van herinneringen aan de volwassen Jezus die in de gemeenschap waarin de eerste gelovigen leefden, levend gehouden werden. Al jaren kwamen Jezus' volgelingen bij elkaar en vertelden elkaar wie Hij was en wat Hij voorstond. Een herinnering zó sterk, dat zij de Heer steeds weer in hun midden voelden.
De evangelisten leefden in verschillende gemeenschappen en schreven dus ook voor verschillende groeperingen. Elk van hen schreef een ander verhaal, in een andere context, vanuit een andere herinnering aan de levende Jezus.
De eerste evangelist - Marcus - had niet zoveel belangstelling voor de geboorte van Jezus. Kennelijk vond hij zijn evangelie overtuigend genoeg. Lucas en Matteüs schrijven wél een geboorteverhaal. Geen feitelijk verhaal, maar beeldspraak. Een echt verhaal dat bij de geboorte van een zoon van God past. De evangelisten hebben beelden gebruikt die uitdrukken waar Jezus voor in de wieg gelegd is. En 'waar hij voor in de wieg gelegd was' hadden ze ervaren tijdens zijn leven. Zijn radicale keuze voor zwakken en geringen zien we terug in het beeld van de herders. In Jezus' tijd waren herders de allerlaagste klasse in de samenleving, het schorem van de maatschappij. Juist zij waren de eersten die op kraamvisite mochten komen.
Hiermee drukt Lucas uit dat het kind dat hier geboren is voor dat soort mensen gekomen is. Aan gewone, onbetekenende mensen wordt de blijde boodschap het eerst verkondigd: "liggend in een kribbe omdat er voor hen geen plaats in de herberg was." Het zal best druk geweest zijn in Bethlehem, zeker tijdens die bewuste volkstelling van keizer Augustus. Maar de geboorte in de kribbe is veel overtuigender vanuit het beeld dat Jezus in zijn leven altijd voor de kant van de uitgestoten en verjaagde mensen heeft gekozen. Voor Lucas was Jezus iemand die opkwam voor de zwakste en het kleinste. Een ander geboorteverhaal dan dat van 'de kribbe in de stal' en 'de herders als eerste kraamvisite' zou niet bij hem passen. Matteüs legde hele andere accenten in zijn evangelie. Hij benadrukt veel meer het koning-zijn van Jezus. Bij Matteüs is Jezus de nieuwe koning waar je hele andere dingen van mag verwachten. Een koning die niet uit is op wereldlijke macht, maar een koning die uit is op de realisatie van het Rijk Gods. In het geboorteverhaal van Jezus bij Matteüs krijg je als lezer al meteen een beeld van een kleine koning. Een geboorte van een koningskind is niet niets en wat is er nog mooier als dat omgeven wordt met een bijzonder kosmisch verschijnsel zoals het verschijnen van een bijzondere ster? De grootheid van dit koningskind wordt overtuigend neergezet. Het zijn dan ook wijzen uit het oosten die de wijsheid van deze pasgeboren koning nog eens bevestigen. Maar deze koning maakt de wereldlijke koning bang. Herodes is bang dat het zijn macht aantast.
Op meesterlijke wijze schetst Matteüs een beeld van de spanning die er vanaf het begin is tussen 'koning Jezus' en 'koning Herodes'. Het werkelijke koningschap - zoals de volwassen Jezus zal laten zien - is dienend. Jezus heeft zijn leven lang laten zien wat dat betekent en tot wat voor keuzen dat leidt.
Kritisch kijken naar eigen kerstpraktijk
Stal, kribbe, herders en wijzen: Lucas en Matteüs samen onder de kerstboom. Vanuit het voorgaande moeten we misschien wel de conclusie trekken dat dit niet samen gaat, dat je moet kiezen voor de een of voor de ander, voor herders of voor koningen. Het is maar hoe je de beelden interpreteert, welk verhaal je ze laat vertellen.
« Een romantische lezing van het kerstverhaal verstopt de eigenlijke
boodschap onder engelenhaar en kunstsneeuw »
De uitdaging van dit artikel is om eens kritisch naar je eigen kerstpraktijk te kijken en met welke aspecten van Kerstmis je de kinderen op school wilt confronteren.
Een romantische lezing van het kerstverhaal verstopt de eigenlijke boodschap onder engelenhaar en kunstsneeuw. De beelden voor zich laten spreken is heel wat moeilijker. De beelden van Kerstmis verwijzen naar belangrijke momenten uit het leven van Jezus. Het kost enige oefening om die verwijzingen naar de volwassen Jezus op het spoor te komen, maar het is een uitdagende oefening. In dit artikel zijn al enkele van die verwijzingen genoemd. De uitdaging is nu om het zelf eens te proberen. Vraag uzelf eens af welke verhalen van of over de volwassen Jezus de herders bij u oproepen. In de evangelies komt Jezus duidelijk naar voren als een herder voor mensen. Een herder is een echter leider; soms een schaap met vijf poten die mensen echt voorruit helpt.
Als de herders op het veld engelen horen, zegt een van hen: "Vreest niet...". De herders zijn bang en zouden misschien wel het liefst schaap in hun eigen kudde zijn. Maar hun angst wordt overwonnen, ze gaan hun schaamte voorbij en betreden met nieuwe moed onbekend gebied: "Komt laten we van hier gaan, naar Bethlehem." Een gevaarlijke onderneming, want de stad was voor herders verboden gebied. Hierin klinkt het verhaal van de storm op het meer door. In dit verhaal zijn de leerlingen van Jezus bang om met hun boot in de storm te vergaan. Hun angst om te vergaan is in feite niets anders dan een uiting van hun vrees om naar het volk aan de overkant van het meer te gaan.
Daar woonden namelijk de Gerasenen, een volk waarvan men dacht dat het bezeten was door de duivel. Jezus vraagt zich af hoe het zit met hun geloof en vertrouwen in Zijn boodschap. Als je vertrouwen hebt in je boodschap, dan hoef je toch niet bang te zijn? Als Jezus' leerlingen dat inzien, dan verdwijnt hun angst en daarmee de storm waar ze - door al hun angsten - middenin zaten. Jezus was in de wieg gelegd om angst te overwinnen en mensen vertrouwen in eigen kunnen te geven. Wanneer je op deze manier kijkt naar het geboorteverhaal van Jezus komen nieuwe betekenissen naar boven. Zelfs zo'n gruwelijk verhaal als Herodes' kindermoord en de vlucht naar Egypte krijgt dan betekenis. Het laat zien dat de wereldlijke heersers bang zijn voor de macht van het kleine. Voor de radicale boodschap van een kind is geen plaats in de wereld van heersers.
Paul Brekelmans is projectmanager levensbeschouwelijke programma's bij Teleac/NOTSchooltelevisie. Als bronnen voor dit artikel gebruikte hij het project 'Zonderfranje' van de Werkgroep Katechese Eindhoven en Nico ter Linden's boek 'Kerststukjes'.
|
 |
Achtergrondinformatie 8 |
Wie zal de koning zijn? |
|
In het jaar 66 na Chr. trok een zeer in het oog lopend gezelschap naar Napels. Diverse geschiedschrijvers maken daar melding van. Het betrof een gezantschap van Parthische magiërs. Zij hadden de lange reis ondernomen om de Romeinse keizer Nero met een officiële huldiging te vereren.
Het is heel goed denkbaar, dat in de verte deze gebeurtenis ten grondslag ligt aan het verhaal van Matteüs in zijn evangelie, dat rond 80 na Chr. door hem vervaardigd werd. In deze tijd was voor de christenen de grote vraag: wie is de Heer, de Kurios, die gehoorzaamheid toekomt: de keizer in Rome of Jezus Christus? Matteüs laat de eer niet aan de keizer, maar aan het geboren koningskind van Bethlehem te beurt vallen. Daar doorheen speelt dan in dit verhaal ook nog de vraag, wie de eigenlijke koning van Israël is: Herodes of Jezus. Allerlei motieven en invloeden worden zichtbaar in dit verhaal. In oude Joodse overleveringen wordt de geboorte van Abraham door een ster aangekondigd en voelt koning Nimrod zich erdoor bedreigd en wordt ook Mozes na zijn geboorte door de vijand-koning vervolgd, nadat deze door een voorspelling daarvan op de hoogte was gesteld. Door Gods bijzondere zorg wordt Mozes gered. Matteüs zal deze overlevering gekend hebben en hebben willen laten zien, hoe van de aanvang af het leven van de tweede Verlosser parallel loopt met dat van de eerste. In de omringende landen is het trouwens een bekend motief, dat de komende vorst door de heersende vervolgd wordt: zo bij Cyrus, bij Romulus en Remus, bij Krishna, Zarathustra en Gilgamesch. En ook in de godenwereld, zoals in Egypte bij Hathor en Horus en in Griekenland bij de geboorte van Apollo. Mogelijk bestaat er ook een verband tussen dit verhaal en de geschiedenis van Bileam (Num. 22 - 24). Ook Bileam is een magiër, die uit het Oosten komt, die het gezicht van God in de slaap ziet (Num. 24:4 en 16) en de ster uit Jakob aankondigt (24:17). Zoals Bileam door God op het spoor gezet wordt om de heilstijd te verkondigen, zo ook deze magiërs uit het Oosten.
Israël en de volken
Eén van de thema's, die Matteüs in zijn evangelie wil laten uitkomen, komt in dit verhaal meteen al scherp naar voren: Israël gaat aan de geboren Messias voorbij, terwijl de volken van verre komen om Hem te aanbidden. In de volksfantasie zijn het drie koningen geworden. Waarschijnlijk onder invloed van Psalm 72:10: "de koningen van Tarsis komen hem geschenken brengen, de koningen van Scheba en Seba hem schatten offeren." Het zijn er drie vanwege de drie geschenken: goud, wierook en mirre, maar hun aantal varieert, soms zijn het er twee of vier, maar ook wel eens acht of zelfs twaalf. Al spoedig kregen de drie namen: Caspar, Baltassar en Melchior. Aanvankelijk vertegenwoordigen zij de drie leeftijden: een jongere, een middelbare en een oudere. Maar al gauw wordt verband gelegd met de drie zonen van Noach, de stamvaders van de hele mensheid. Baltassar, de koning der Chaldeeën, wordt de vertegenwoordiger van de Semieten. Melchior (koning van het licht) moet de volken van het zuiden voorstellen, ofte wel de kinderen van Cham; op schilderijen is gewoonlijk ook één zwarte koning van de partij. En Casper moet met de Kaspische zee te maken hebben en daarmee zijn de drie destijds bekende continenten vertegenwoordigd rondom de kribbe.
De volken zijn dus erbij, terwijl Israël zelf verstek laat gaan. De wijzen (eigenlijk magiërs, dus tovenaars, te denken valt aan astrologen, de vertaling maakt er het wat gunstiger klinkende 'wijzen' van) komen aan in Jeruzalem en vragen naar het nieuwgeboren koningskind. Het feit zelf staat voor hen vast, want de sterren bedriegen niet, geloven zij, alleen de plaats is voor hun niet precies bekend. Hun wetenschap aangaande de geboorte van de Koning der Joden kan teruggaan op de Joodse Messiasverwachting die in het tweestromenland bekend was geworden door de Joden in ballingschap. Gecombineerd met een hoogontwikkelde astrologie en astronomie had dit de gedachte doen ontstaan van de komst van de grote Bevrijder der mensheid, die in het Westen van Babylon geboren zou worden. Het verdient speciale aandacht, dat Matteüs zowel aan het begin als aan het eind van zijn evangelie de titel 'Koning der Joden' uit de mond van heidenen laat komen (zie ook 27:37, waar de soldaten de beschuldiging aanbrengen op het kruis: "Dit is Jezus, de Koning der Joden".) De wijzen willen de Koning der Joden huldigen. Het Griekse woord duidt op het huldigen van de godheid en ook zeer hooggeplaatste mensen en sluit de aanbidding in. Matteüs gebruikt het woord alleen ten opzichte van Christus. In het verhaal laat Matteüs uitkomen, dat de Joden uitstekend op de hoogte zijn aangaande de plaats waar de Messias geboren zou worden, maar zelf geen aanstalten maken om er heen te gaan. De door Herodes opgeroepen overpriesters en schriftgeleerden zijn het er gauw over eens, dat het Bethlehem moet zijn. De profetie van Micha 5:1 laat daarover geen twijfel bestaan. Zo wijst het Sanhedrin de bezoekers de weg en wordt het ongewild tot getuige gemaakt van de Messias.
De ironie is Matteüs kennelijk niet vreemd! Aldus wordt met dit verhaal enerzijds duidelijk gemaakt, dat Israël afwijzend reageert op Jezus als de Messias, anderzijds, dat zijn komst de hele wereld aangaat en universele betekenis heeft.
Herodes' macht bedreigd
Een bijzonder licht laat Matteüs vallen op de confrontatie die van meet af aan plaatsvindt tussen de heerschappij van Christus en die van koning Herodes. Herodes voelt zich onmiddellijk, als het gerucht tot hem doordringt, bedreigd in zijn eigen positie. Machthebbers zijn dikwijls verslaafd aan de macht en voortdurend in de weer om hun machtspositie te handhaven. Van deze Herodes (37-4 v.Chr.) is bekend, dat hij in de laatste jaren van zijn leven zijn zonen Aristobulos, Alexander en Antipater op verdenking van samenzwering tegen hem heeft laten terechtstellen. Nu hij hoort van een zojuist geboren koning der Joden slaat gelijk de angst hem om het hart. Ook heel Jeruzalem ontstelde met hem, maar niet omdat het vreest voor de Messias, eerder omdat het vreest voor de angst van Herodes, die, zoals men weet, vreselijke gevolgen kan hebben. Herodes wordt meteen geweldig actief. Na de schriftgeleerden gehoord te hebben, ontbiedt hij de wijzen om hen uit te vragen over de ster. En ondertussen smeedt hij z'n plan om deze mogelijke rivaal bij voorbaat uit de weg te ruimen. Angst, sluwheid en wreedheid zijn de drie eigenschappen die Herodes typeren en die direct te maken hebben met zijn belustheid op macht. Het is opmerkelijk, dat hij zowel de boodschap van de schriftgeleerden serieus neemt alsook waarde hecht aan het geloof in de sterren. Hij is kennelijk een 'religieus' man, die gelooft, dat 'er meer is tussen hemel en aarde', maar het heeft geen invloed op zijn geweten.
Alle informatie, waar die ook vandaan komt, is voor hem alleen maar van belang, voorzover hij daarmee z'n winst kan doen om z'n eigen macht te verstevigen. Hij laat de wijzen naar Bethlehem gaan en ze moeten hem vooral straks hun bevindingen meedelen, dan kan ook hij dit kind hulde gaan bewijzen. De wijzen gaan op weg en zien tot hun grote vreugde de ster die hen begeleidt tot de plaats waar het kind is en daar tot stilstand komt. Door de ster weten zij, dat God hen leidt naar de plaats van bestemming. Zij gaan het 'huis' binnen en vinden het kind en Maria. Jozef wordt niet genoemd. Als steeds speelt hij een ondergeschikte rol, behalve wanneer er maatregelen ge troffen moeten word en om het kind en z'n moeder in veiligheid te brengen (vs. 13). De wijzen laten zich niet van de wijs brengen door de weinig koninklijke omstandigheden waarin zij het kind aantreffen, maar vallen hem te voet en bieden hun geschenken aan en keren dan terug, maar wel langs een andere weg. Dit schijnt een typisch trekje in profetenverhalen te zijn. Zo keert 'de man Gods' in I Kon. 13:9 na zijn opdracht vervuld te hebben ook terug langs een andere weg. Ook hier wordt Gods leiding zichtbaar, die voorkomt, dat de wijzen door Herodes misbruikt worden.
Vrede komt niet zomaar
De Zoon van David, de Vredevorst, ontmoet van meet af aan verzet en vervolging. Angst van de machthebbers leidt tot defensie en defensie leidt tot geweld en het einde is dood en verderf: de geboorte van Christus wordt gevolgd door een meedogenloze moordpartij, waaraan Hij zelf ontsnapt door de vlucht naar Egypte. In Openb. 12:5 lezen we van de draak, die staat voor de vrouw die baren zou, om zodra zij gebaard heeft, haar kind te verslinden. De vrede lijkt verder weg dan ooit. Waar ook maar even iets van de Godsheerschappij lijkt door te breken in de wereld, daar komen meteen de machten uit hun schuilhoeken te voorschijn om hun terrein met alle geweld te verdedigen. De vrede komt niet zomaar. Er zal nog heel wat strijd geleverd moeten worden voor het zover is. Nog heel wat klachten naar de hemel opstijgen: hoelang nog Heer? De vrede is een proces, dat tijd vraagt. Maar in het geweld van de strijd mogen we de voetstappen horen van Hem die nader komt om de overwinning te bezegelen.
|
|